De gekke hoedenverkoper

De gekke hoedenverkoper

Net even buiten de stad rijdt een hoedenmaker. Iedereen kent hem als de gekke hoedemaker. Waar die naam vandaan kwam wist eerlijk gezegd niemand.
Tussen zijn twee scheve voortanden en met behulp van zijn uitgedroogde tong, floot hij een vrolijk deuntje met een hoogst irritante toon. Zijn hoofd wiegde heen en weer. Het sussende gevoel van de hobbels op de weg en het lichtjes trillen van het stuur deden hem versuffen. Het voortuig was zelfgemaakte. Net als de meeste voertuigen in deze wereld. De een nog bonter dan de ander. Wanneer u eens in de stad komt zou u eens een bezoekje moeten brengen aan een van de hangaars waar de zeppelins opgesteld zijn of u laat de metro naar de binnenste gordel van de stad vervoeren om aldaar van de meest exclusiefste whisky’s te kunnen genieten in het Grandé cafe. Afijn zijn voertuig deed het meest nog aan een camper denken. Achter hem lag een matras op de grond en aan weerszijde waren planken bevestigd waar enkele hoeden stonden tentoongesteld.
‘De zaken gaan zo goed. Er is meer plank dan hoed.’
Na het tweede couplet, dus net vlak voor het suprême in dit recitatief, moest hij vol op de rem. Een vrouw en een kind. Ze staarden hem met vier grote ogen aan door het wazige voorruit.
Zijn ingehouden adem blies hij uit. ‘Ah, we hebben een klant!’
Met veel gepiep en veel gekraak bediende hij de hendel van het raampje tot halverwege. Verder dan dit ging het raampje niet.
‘Gegroet óh waardige klant. Ziet u iets dat is naar uw hand.’ De hoedenmaker fronste meteen zijn wenkbrauwen en mompelde er iets verstaanbaars achteraan. Hij besefte dat zijn woorden helemaal nergens over gingen. Het rijmde, dat was al heel wat.
‘Help ons!’ Smeekte de vrouw in paniek.
‘Natuurlijk mijn winkel is geheel-’
‘Nee, help ons.  ze zitten achter ons aan!’
Opnieuw fronste de hoedenmaker zijn wenkbrauwen. Het duurde even voordat het besef tot hem doordrong. Ze zagen er sowieso te armoedig uit om een hoed te kunnen betalen. ‘Instappen nu!’
De vrouw twijfelde even. Ze keek nog eenmaal achterom en ze besefte zich dat ze echt geen andere keus had wilde ze het overleven. De vrouw trok het meisje mee aan haar mauw.  Ze stapte in- Althans het meisje werd min of meer naar binnengeduwd. Het meisje struikelde over een stapel rollen stof die op de grond heen en weer wiegden tijdens de rit. Het meisje keek haar ogen uit naar de enkele hoeden die nog op de plank stonden. Een zachte trilling ging door haar heen toen het voertuig weer op gang kwam. De hoedenmaker keek achterom, over zijn schouder.  Hij zag twee hoopjes ellende op zijn doorleefde matrassen zitten. ‘Daaronder zit een luik. Verstop jullie daar.’ ‘Dank u!’ zei de vrouw met een opluchting die niet te beschrijven viel. De hoedenmaker reed verder richting de stad. Hij zou daar een meneer, genaamd Reader, op een van de vele metrostations treffen om zijn hoed te laten maken. De arme meneer heeft een ongelukje gehad. Een deuk en een gat. Dat is flink prijzig om te herstellen, wist de hoekenmaker. Het was nog enkele minuten rijden voordat ze bij de poort van de stad aan zouden komen. De hoedemaker kon door de spanning geen deuntje meer uit zijn mond krijgen. Het was niet druk bij de poort. Normaal stond er een flinke rij met marskramers die de stad binnen wilden komen. De hoedemaker kon er nog net een klein lachje uitpersen toen hij aan Peter dacht. Peter de pyjamaverkoper die had altijd problemen met binnenkomen.
‘Halt!’ Riep één van de poortwachters, die bij toeval het rijtuig zag langs komen. De hoedenmaker deed alsof hij gek was en gaf geen gehoor. Nou staat deze hoedenmaker wel bekend als ‘de gekke hoedenmaker’ maar schijn bedriegt. Vanuit alle kanten kwamen er mee poortwachters tevoorschijn. Ze blokkeerde het voertuig door er voor te gaan staan. ‘Halt, stop!’ schreeuwde weer een van hen.
De hoedenmaker had nu geen andere keus meer dan te stoppen. Met piepende remmen kwam het voertuig langzaam tot stilstand.
‘Goede avond beste heer, bent u toe aan een hoed van leer?’
‘Nee, wij zijn opzoek naar twee voortvluchtigen.’
‘Twee voortvluchtigen?’
De poortwachter kon de hoedenmaker en wachtte op iets dat rijmde. Het bleef daardoor iets te lang stil. Was het een tactiek of…
‘-Een moeder en haar kind. Ze worden gezocht op last van de president.’
‘De president? ja de beste man heb ik ooit eens ontmoet op een feest-’   ‘Doorzoek het!’ beveelde de poortwachter meteen en enkele stormden het voertuig binnen. De hoedemaker keek strak naar de poortwachter die voor hem stond. Dit was het moment dat het voor hem ieder moment mis kon gaan. De man tegenover hem, staarde hem net zo strak terug uit de hoop hem een excuus te geven om een einde aan het leven van deze gekke hoedenmaker te maken.
‘Ze zijn hier niet,’ zei iemand van achterin het voertuig.
De hoedenmaker zuchtte en glimlachte opgelucht. ‘Als ik ze zie, poortwachter, dan stuur ik ze jullie kant op.’
‘Doe geen moeite hoedenmaker, wanneer je die vrouw tegenkomt dan overleef jij het niet.’ ‘Wat moet ik dan doen volgens u-’
‘Schiet ze ter plekken neer en breng de lichamen bij mij.’   De hoedenmaker slikte. Een koude rilling vanaf zijn  gelakte gentlemenshoed tot aan zijn lederen lak muiltjes trok over zijn hele lichaam en gaf hem een lichte tinteling rond zijn mond. ‘Schieten, ik heb geen wapens bij mij poortwachter. Misschien heeft u er eentje te leen voor een oude hoedenmaker zoals mij. U wilt natuurlijk nog wel dat de mensen van deze stad nog steeds hoeden kunnen kopen en laten maken?’
De poortwachter knipte enkele malen met zijn vingers. Een andere poortwachter kwam vanuit het niets aangelopen en knikte om aan te geven dat hij zijn orders kon ontvangen. ‘Je revolver,’ beveelt de poortwachter. De andere poortwachter trok een revolver tevoorschijn en gaf hem door het half openstaande raam aan de hoedenmaker. Ietwat onhandig pakte de hoedemaker het heft vast. Hij gooide de barrel open. Hij zag dat er in totaal acht kogels in konden en deze gevuld was met slechts zes. De viezerik, dacht de hoedenmaker, hij heeft vast al twee mensen neergeschoten. Zonder een krimp te geven haalde de hoedenmaker er drie kogels uit en gaf ze terug aan de andere poortwachter die voor het raampje stond. Twijfelend pakte hij de kogels aan. Omdat hij zich even geen raad wist met de situatie keek hij naar de poortwachter die de bevelen gaf.
‘Wat doe jij nou?’ Schreeuwde de bevelende poortwachter naar de hoedenmaker. ‘Ik heb maar drie kogels nodig poortwachter.’
‘Hoezo drie? Het gaat om een moeder en een kind, dat zijn er twee!’
‘Ja dat begrijp ik. Maar hoe kan ik daarna nog met mezelf leven?’

 

Reageren is niet mogelijk